Alsjeblieft zeg. Maar ja, als het 30° of zelfs 40° is, nog steeds zonder regen of onweer of vooruitzichten op zulks, dan gebeurt hier verder heel weinig. Maar goed, vandaag was het eerlijk gezegd best bewolkt en dus redelijk draaglijk.
We namen Titan en Harissa aan de hand mee het bos in, waar heel veel heel lekker gras te snacken is, er was wat wind en weinig plaaginsecten. Er waren alweer sparren gezaagd, hele dikke, enkele stammen lagen dwars over het groene pad.
R deed voor het eerst sinds meer dan een week oefeningen met HiRise in de roundpen.
De internetverbinding is sinds vrijdag hersteld maar de tv doet het nog niet, daar komt pas dinsdag nog een keer een proximustechnicus voor.
We maakten een rondje door de crossbaan, op de voet gevolgd door Océ.

Dat kan allemaal als het niet zo heet is.
... TSJAK! Vrijdag de 19e liet de buienradar een klein wolkenbandje zien zonder rode onweerstipjes. Dat mocht geen naam hebben. Het was dan ook echt heel erg plaatselijk, de bliksem wist alleen Suxy en direkte omgeving te treffen, meer speciaal de bovengrondse 230V kabel daar. Zonder verdere aankondiging opeens twee harde knallen in huis, dat was de overspanningsbeveiliging, dus gelukkig, de pc's werken nog. Maar verder niets. Geen wifi geen internet geen tv en geen telefoon. Het gebrek aan gsm-dekking in Suxy is bekend, tot zelfs bij de minister van infrastructuur en communicatie. Niet dat die er wat aan doet. We zijn dus bijna van de buitenwereld afgesloten.
We kunnen bellen, mits we bij het kastje achter de eetafel staan, of achter de mesthoop. Nog een geluk dat dat tenminste kan. Maar we zijn slecht bereikbaar voor de buitenwereld en dat terwijl er van alles gaande is. Olivier kan bellen over het maaien, er zijn afspraken te maken, er is gedoe met de auto, en ik kan geen logje uploaden om te roepen wat er aan de hand is.
Maar kijk: we kwamen zelfs in de krant.

Dinsdagavond. Ik bereid alvast een logje voor, dat ik niet online kan zetten totdat het intussen alweer oud nieuws is, om niet alles te vergeten wat er in deze moeizame week gebeurt. Aanstaande vrijdag, dan komt de technicien van Proximus ons uit onze isolatie redden, als het goed is.
Intussen dan maar een opsomming van hoogte- en dieptepunten in de afgelopen dagen. Het is al tien dagen bloedheet, 35° elke dag, en dat blijft nog zo tot zaterdag. Het huis is geleidelijk aan ook opgewarmd tot 28°, we zitten binnen met de ventilator op stand 4, lezen Pratchett en Harry Potter want al het andere is te vermoeiend, en doen stokoude spelletjes die nog op de harde schijf bleken te staan.
De 15 hooirollen van Les Bulles werden geleverd, maar blij zijn wij niet. Er is daar blijkbaar in het veld een troep kraaien op de ingepakte balen neergestreken en heeft ontelbare kleine gaatjes gepikt in het plastic. Aaargh, daar kan dus zuurstof bijkomen. R plakte alle zichtbare gaatjes dicht met speciaal balentape, maar er zijn er ongetwijfeld nog meer en we weten niet hoeveel dagen de balen daar op het veld hebben gelegen met gaatjes en al. En we komen er pas in de herfst achter of we schimmel hebben in twee, of in tien, of in alle balen.
Ons eigen hooi van de overkant en de helft van het ruïneveld is gemaaid, geschud gezweeld en opgerold in twee dagen tijd. Licht vochtig opgerold maar niet té, prima hooi. Tussen het maaien en het schudden strimde R onder de hele omheining en ik harkte de halmen eronder vandaan. R reed zoals altijd de rollen naar het ruïneveld. Ik lichtte hem telkens bij met de grote lamp omdat hij anders de ingang bij het hek niet kan vinden. Er kwamen gaandeweg steeds meer sterren en een glimwormpje stak zijn lampje aan in de berm. Om 23.55 uur was het klaar. De opbrengst: 22 balen, meer dan vorig jaar, dankzij de regen eind mei begin juni.
Laurent kwam na donker, pakte ze in en legde ze op hun plaats, vier balen achter de mesthoop en de rest past op het veldje. Alles lag om 01.35 uur. Hooi: check!
Ook woensdag en donderdag zitten we grotendeels binnen bij de ventilator. De paarden hangen rond in de boxen. Af en toe ruimen we mest, proberen alles wat steekt zoemt en bromt te meppen, en we spuiten de paarden iedere avond nat op de betonplaat. Af en toe houden we ze een emmer fris water voor hun neus, want ze hebben weinig zin om naar het lauwe water in de automatische drinkbak in de zon te lopen. Alle lesactiviteiten zijn voorlopig afgelast.

Donderdag aan het eind van de middag haalden we de auto op. Het ritje naar huis was het enige koele halfuur in twee weken tijd: airco! Auto: check!
Het blijft nog minstens tot en met zaterdag bloody hot. De verwachting blijft steken op 38° morgen en overmorgen 39°. 's Nachts 'koelt het af' naar 25°. We slapen in de logeerkamer, waar het niet warmer wordt dan 20°. Bliss!
De weersverwachting is bijgesteld, het gaat regenen vannacht en donderdag ook. Dus toch geen hooiactiviteiten hier morgen. Geen nood, we hebben tijd en voor volgende week wordt wel droog weer verwacht. In Les Bulles is gezweeld, ja, als er eenmaal gemaaid is moet er wat met het gras gebeuren. Als het dan natregent, moet er geschud worden. Hun eigen schuld, haastige spoed daar.
We maakten wel het balenveldje in orde, dat wil zeggen beukjes snoeien, eerst ik met de grote snoeischaar, dan de paarden waar ze erbij konden, en tenslotte R met de heggeschaar voor het fijnere werk. Ook aten de paarden het hoge gras op terwijl ik toezicht hield, wat overbleef maaide R eerst met de strimmer, ik harkte de lange halmen bij elkaar en daarna ging hij er nog met de grote grasmaaier overheen. Dat veldje ligt er weer netjes bij, klaar voor de nieuwe hooioogst.
Dat was alles bij elkaar wel even werk. Aan de andere kant hebben we nu zomaar een week 'vrij'.

Tot de hooitijd alsnog losbarst, volgende week.
Tien dagen geleden vonden we het te vroeg om te maaien, maar toen we gisteren gingen kijken in Les Bulles, leek het wel te kunnen. Het gras zag er goed genoeg uit. Blijkbaar had de tractor in de startblokken gestaan want enkele minuten nadat we weer thuis waren, kregen we al te horen dat ze gingen beginnen.
Na het maaien ging R nog een keer kijken: geen crasses dit jaar, doordat er geen mest is uitgereden. Ook al beweerde monsieur B dat er in zijn mest geen crasse zat, hebben wij afgelopen winter uit zijn hooi toch een bak vol stukken touw, plastic, karton, ijzerdraad en zelfs een scharnier gehaald.
En zo-even belde Olivier (helemaal uit zichzelf) dat hij dinsdag bij ons komt maaien. Dat is meteen de eerste dag van de zomerhitte. Echt hooiweer. Er zijn delta's, volop knaasjes, en de eerste dazen zijn gesignaleerd. Morgen alvast een stuk strimmen en harken onder de omheining. Joepie.

Over twee dagen ziet het weiland er dan weer heel anders uit.
Na het vorige logje lijkt het misschien dat hier niets anders te melden valt dan de wisselvalligheid van het weer. Nou ja, dat ís ook belangrijk, maar logtechnisch gesproken komt dat door de laatste tien dagen in één logje samen te vatten, dan vergeet je de helft.
Zo maakten we op de laatste hete dag van mei een vroeg stapritje met K en V, en er was wel degelijk een mijlpaaltje want we ontgroenden het terras (met de hogedrukspuit en een beetje navegen met de schrobber, veel minder inspannend dan vroeger). Verder arriveerden de 'garage' voor de grasmaaier, en wol voor het nieuwe dekentje. Ik bestel nu alleen nog zuiver wol, niks alpacamengvezels meer, dat leidt uiteindelijk maar tot pfas en meer direct tot pluizen door het hele huis. We maakten trouwens ook het huis schoon van de week. En de carport, vorige week, gewoon met emmertjes regenwater en een spons, dat gaat gesmeerd. Een keer per jaar een uurtje werk, meer niet. Routinezaken.
Maar opzienbarend was vanochtend de zwaluwencrisis. Een jong dat blijkbaar al een beetje kon vliegen zat hoog op de dakbuis in het hooischuurtje en een die dat nog niet kon, zat op de grond. Toen we hem wilden oprapen, fladderde hij het weiland in, Océ schoot er achteraan maar miste hem op een haar na, en R kon het beestje oppakken om hem terug te zetten in het nest. Nest, welk nest. Het hele nest lag op de grond, onherstelbaar beschadigd. Het was al een paar jaar oud, tegen het gladde bamboe aangemetseld, en we denken dat het met de ouders én de jonge vogels uit de vorige leg, die er de nacht doorbrengen, én deze nieuwe jonkies uiteindelijk te zwaar werd belast. Blijkbaar was het gevallen vlak voordat we de katten kwamen voeren.
We sloten Océ en Nero voor een uurtje op in de sellerie, en om de jongen zo goed mogelijk veilig te stellen tot ze beter kunnen vliegen verzon R een list met een plastic bakje en een lijmtang.

Het restant nest erin gelegd en de jonkies teruggeplaatst, de rest is afwachten. Een voordeel van het plastic bakje is dat je van onderaf een beetje kunt zien wat erin zit. Min of meer.
Het zou kunnen dat er vier eitjes zijn geweest en dat dit de laatste twee nog niet vliegklare jongen zijn. De ouders gaan ons nu nog moediger te lijf dan voor de ramp, dus we storen ze maar niet te vaak.
Na de hitte is het wisselvallig geworden. Buien, opklaringen, onweertjes. Mei bestond uit twee weken kou en twee weken hitte. Nu er buien vallen, groeit alles als gekken, het weidegras, de siergrassen, de beukjes, de pioenrozen zijn open en zoals gebruikelijk beginnen ze na een uitbundige week alweer uit te vallen, zwaar van de regen. We schudden ze wel af en toe uit maar er vallen steeds nieuwe buien.

In de hitteweken moesten we de paaltjes in het ruïneveld elke vier dagen verplaatsen, maar nu het gras overal goed groeit, hoeft dat helemaal niet meer. Ook in het achterveld en de crossbaan vinden de paarden genoeg vers gras. In het ruïneveld trokken we een paar kruiskruiden uit. Opletten, vanaf nu.
Monsieur B van Les Bulles wilde al gaan maaien, maar de grassen zijn nog niet rijp. Die man is koeien gewend, voor paardenhooi is dat nog veel te vroeg. Bovendien regent het iedere dag.
Tussen de buien door maakten we een rondje door de crossbaan, daar groeit ook alles weelderig. Dat wordt strimmen onder de omheiningen, binnenkort. Het vingerhoedskruid staat al hoog en komt in bloei, het is een goed vlierjaar maar er is weinig brem (onder andere dankzij Kirs activiteiten).
Het zwaluwstelletje in het hooischuurtje produceerde een tweede setje jonkies en die zijn al druk aan het vliegen. Oefenen voor de grote trek in de nazomer. Océ slaapt nog steeds in haar kratje op de plank, op ooghoogte van het zwaluwnest, maar daar trekken ze zich niets van aan. Als ze op de grond rondloopt, slaan ze wel meteen alarm.
De notenboom en de kastanje werpen hun bevroren dode blaadjes af en maken nieuwe aan. Wieweet komen er in het najaar toch nog een paar noten.
Inmiddels is het van vorst aan de grond in één dag tijd overgegaan in 32°. Extreem weer. De zondag bestaat uit controleren of de paarden hun maskers nog op hebben en zo nee, waar in het weiland die dan liggen, en verder weinig. De meeste tijd brengen de paarden bij de boxen door, er zijn miljoenen, nee miljarden knutjes.
Alsof er niet genoeg gebromd en gezoemd wordt hier, knorde er een mens hoog door de lucht. Hij kwam maar langzaam vooruit en verstoorde met zijn gepruttelpruttelpruttel langdurig de stilte. Tja. The nice weather brings them out.

Zaterdag haalden we slechts 29°, echt dé temperatuur om in een auto zonder airco naar Nederland te rijden (R) en het terras te veranderen (I). De tafel verplaatsen kan normaal gesproken alleen met twee personen gebeuren want hij is goed zwaar, maar zoals hier onderhand bekend is: there is no-one more determined than a woman who is about to rearrange the furniture by herself. Kwestie van goed nadenken, de juiste hulpmiddelen inzetten en gewoon doorzetten, dan krijg ik hem in mijn eentje de trap op. Ik vind hem daar toch beter staan. De bos veldbloemen daarentegen was een leuk idee maar niet voor lang, er kwamen wolken minivliegjes op af.

De jonge roodstaartjes zijn uitgevlogen en er lag een half zwaluw-eitje in het hooischuurtje. Harissa heeft ongemerkt al haar winterhaar afgedankt. Heel verstandig.
Net als vorig jaar vroor het in deze tweede helft van mei, met hetzelfde resultaat. De notenboom hangt vol bevroren zwarte vaantjes terwijl al het andere groen groen groen is. De kastanje heeft ook een tik van de nachtvorst gehad, maar minder. Er komt wel nieuw fris blad aan, maar noten kunnen we ook dit jaar wel vergeten.

De paarden vinden dit weer juist helemaal goed. Geen plaaginsecten, geen irritaties, geen jeuk. Last van de kou hebben ze niet. Rust, en genoeg te eten, zo nodig liggend. Dit jaar hebben we evenveel boterbloemen als vorig voorjaar, dat is dan wel weer jammer. In het najaar maar weer kalk strooien, dat hebben we vorig jaar overgeslagen.

Overige logwaardigheden, sommige een beetje achterstallig:
Er zijn twee jonge roodstaartjes in het nest in Harissa's box. Als we daar rondlopen, worden we uitgefoeterd door de ouders. De zwaluwen broeden, voorzover we kunnen zien zijn er nog geen eitjes uitgekomen.
Nero heeft vannacht per ongeluk in de sellerie opgesloten gezeten en is daar druk geweest. Zijn snorren zaten vol spinnewebben en hij heeft de kastdeur opengewrikt, zo te zien van bovenaf, er zaten tenminste bloedspatten bovenaan de spiegel. De kattenbrokjesdoos kreeg hij gelukkig niet open, anders was hij waarschijnlijk ge-explodeerd.
De merries van de overkant zijn vertrokken en Cisco is alleen overgebleven, nu staat of ligt hij steeds naar onze paarden te kijken.
In het weitje tegenover wijlen de ruïne is uitgebreide zwijnenschade, niemand doet daar wat aan. Het weiland ervoor daarentegen, waar twee pensionpaarden van Sophie lopen, heeft niet te klagen over gebrek aan belangstelling. Timéo komt twee keer per dag met de grote tractor aansnellen, kijkt maximaal tien seconden, keert, en rijdt terug. We denken dat hij tractorrijden gewoon leuk vindt.
Gisteren hebben we het nieuwe bankje op het roundpenterrasje ingewijd, het was wel fris met wind maar achter het scherm ging het net, met de jas aan. Er was lekkers bij de thee dankzij het verlate verjaardagscadeau, koekjes en chocola van het Ile de Ré, waar Justine een week is geweest.
R repareerde vorige week de VMC, dat was ik vergeten te loggen terwijl het heel belangrijk is. De ventilatie in huis is nu weer helemaal in orde. De verwarming is al twee weken uit en we gaan hem ook niet weer aan doen want er is zomerweer aangekondigd. Tot het zover is, zijn er truien en warme dekentjes, blij dat ik brei. Alle wol is nu wel op. Wat nu.
Afgelopen vrijdag maakten we 's ochtends een fijn ritje in het bos achter het huis, met zelfs een aardig galopje, wat voor mij best lang geleden was. En 's middags zwaaiden we Paprika uit, Olivier heeft haar verkocht aan een meisje dat er blij mee is. Eerder die week waren ze in onze roundpen al komen testen, eerst Olivier alleen, de tweede keer met de nieuwe eigenaars. Paprika was braaf en ze zal wel weer wennen aan het classic rijden. In elk geval gaat ze daar de wei in en hoeft niet in een box te staan, en het is goed dat ze wat te doen krijgt in haar leven in plaats van in de wei rond te hangen.
Zaterdag en zondag voerden we niet veel uit, regen, en ook maandag stelden we de geplande rit uit omdat het 's ochtends goot. Dinsdag reden we dan wel met Edwin en Salem (en Lucky) naar de barrage, met prachtig fris weer, geen vliegen of knaasjes, en veel snaaibaar groen beukenblad. Ik keerde halverwege met Harissa terug naar huis. Twee uur in het zadel is mij genoeg, met onderweg nog een stukje lopen om de knieën beweging te geven. Toen de mannen uiteindelijk 20 km bleken te hebben gereden was ik blij dat ik niet het hele eind was meegegaan.
De week daarvoor maakten we ook een heel mooie rit, die ik helemaal vergeten was te loggen. We zetten Harissa en Titan in de trailer en reden naar de Pont de fer. Bij de nieuwe stapstenen, die de paarden niet eerder hadden gezien maar die ze niets bijzonders vonden, staken we de Vierre over. Ondanks de voorafgaande periode van droogte stroomde er behoorlijk wat water. Vroeger mocht je in dat gebied niet komen. We hebben indertijd nog met succes helpen demonstreren tegen de afsluiting. Er zijn daar mooie paden, die we nog gaan verkennen. Het pad dat we namen, liep uiteindelijk dood tegen een nieuwe gaasomheining, maar het terrein is best groot.
Woensdag haalden we het nieuwe bankje voor het roundpenterrasje op, net op tijd want toen ik het oude houten bankje wilde optillen, hield ik alleen de armleuning in mijn hand. Een keer schudden en ik had een lading vermolmd hout in plaats van een bankje. Het nieuwe heeft kussens, luxe! en er zijn ook twee fauteuils. Omdat die kussens op zich buiten mogen blijven maar ja, dan worden ze nat en groen, maakte ik plaats in het tractorschuurtje voor ze. Dat was even werk, maar na wat vernuftig puzzelen en een heleboel stof, spinnewebben en de ontdekking van een groot oud wespennest is er nu weer plek zat.
Ook voor de katten om te schuilen, wat goed van pas kwam. Gisteren zat Lucky ze achterna en vandaag kwam Sunshine met niet een maar twee honden. Ook als Fred zijn honden meebrengt, smeren Océ en Nero hem zodra ze zijn busje het hek door horen rijden.

Daar zitten ze hoog én droog. Vandaag regen hagel en koude wind en af en toe felle opklaringen. Twee nachten geleden zijn de blaadjes van de notenboom en de kastanje weer bevroren. Er groeit nu volop gras in de crossbaan.
Eens uitgebreid klagen over ritsen deze keer. Goede werkjasjes, die van Herock, glad dus handig bij het voeren van hooi, ruim genoeg voor een trui eronder, voldoende grote zakken, slijtvast, kunnen jaren mee. Ideaal. Maar. Onlangs was mijn naar schatting vierde jasje (in 15 jaar tijd) rijp voor de vuilnisbak, telkens om dezelfde reden: de kunststof rits doet het niet meer. Gewoon omdat er één tandje van de rits verbogen is. En in een jasje zonder rits is hooi voeren geen optie.
Dat was een. Dan mijn onverwoestbare Carhartt jas voor echt koud weer. Kwaliteitscanvas. Gaat al tien jaar mee en daar kunnen er nog makkelijk twintig bij als het aan het materiaal ligt. Warm gevoerd. De maat van de zakken is wel die van de vorige eeuw, toen nog geen enkele boer eraan dacht dat men weleens een mobieltje zou willen meenemen de wei in. Koperen rits, doet het altijd. Maar het koperen boogje waar het trekdingetje aan hoort te zitten, is finaal afgebroken. Solderen of lassen kan niet. Met zorg en geduld is de rits dicht te krijgen en dan heb je ook wat, maar haast is uit den boze. En dat moet zo vanwege één klein priegelig dingetje, de komende twintig jaar, niets aan te doen.
Deelbare ritsen: ingebouwde ellende. Mijn nieuwe lange winter/regenjas met deelbare rits tot helemaal onderaan is het ergst. De twee schuifdingetjes moeten precies recht achter elkaar onderaan de rits worden aangebracht anders gaat het gegarandeerd scheef, maar daartoe moet je je vooroverbuigen, waardoor de twee schuifdingetjes juist niet precies recht achter elkaar onderaan de rits belanden, en als je de zaak forceert, mag je blij zijn als je het scheve ritsdeel weer open krijgt. Meestal is hulp van R dan onmisbaar. Ik los dat nu maar op door de rits altijd half dicht te laten en in en uit het gevaarte te stappen zonder verder de rits aan te raken. Acrobatische toeren.
En vorige week schoot ook de deelbare rits van mijn lichte bodywarmer in een bocht. Ging niet meer open of dicht, tandje verbogen. R wist het te verhelpen door het subversieve tandje er met de tang uit te knijpen en nu werkt het weer, zo lang het duurt. Toegegeven, dat kledingstuk heb ik al 16 jaar, beetje slijtage. Maar afgezien van dit euvel kan hij qua stof nog jaren mee.
Dus. Kan er nu eens iemand een duurzaam onfeilbaar sluitingsysteem bedenken? Knopen sluiten niet voldoende af, klittenband daar gaat hooi en stof in zitten, houtje-touwtje lijkt me ook geen goed idee. Gat in de markt, kom op uitvinders.

Om positief te eindigen kan ik melden dat het gras na een paar degelijke regendagen (+/- 25mm) goed groeit, dat het hooi op is en dat de paarden fulltime in het ruïneveld lopen met stripbegrazing en overdag toegang tot de crossbaan. Het hooischuurtje kunnen we pas schoonmaken als de zwaluwen weer vertrokken zijn. Ik vond al een wit piepklein eierschaaltje onder de zuilbeuk en een groter groengespikkeld exemplaar bij de roundpen. De koekoek koekoekt nog steeds en alle zangvogels zingen. De meidoorn geurt, de paardebloemen pluizen.