Na de hitte is het wisselvallig geworden. Buien, opklaringen, onweertjes. Mei bestond uit twee weken kou en twee weken hitte. Nu er buien vallen, groeit alles als gekken, het weidegras, de siergrassen, de beukjes, de pioenrozen zijn open en zoals gebruikelijk beginnen ze na een uitbundige week alweer uit te vallen, zwaar van de regen. We schudden ze wel af en toe uit maar er vallen steeds nieuwe buien.

In de hitteweken moesten we de paaltjes in het ruïneveld elke vier dagen verplaatsen, maar nu het gras overal goed groeit, hoeft dat helemaal niet meer. Ook in het achterveld en de crossbaan vinden de paarden genoeg vers gras. In het ruïneveld trokken we een paar kruiskruiden uit. Opletten, vanaf nu.
Monsieur B van Les Bulles wilde al gaan maaien, maar de grassen zijn nog niet rijp. Die man is koeien gewend, voor paardenhooi is dat nog veel te vroeg. Bovendien regent het iedere dag.
Tussen de buien door maakten we een rondje door de crossbaan, daar groeit ook alles weelderig. Dat wordt strimmen onder de omheiningen, binnenkort. Het vingerhoedskruid staat al hoog en komt in bloei, het is een goed vlierjaar maar er is weinig brem (onder andere dankzij Kirs activiteiten).
Het zwaluwstelletje in het hooischuurtje produceerde een tweede setje jonkies en die zijn al druk aan het vliegen. Oefenen voor de grote trek in de nazomer. Océ slaapt nog steeds in haar kratje op de plank, op ooghoogte van het zwaluwnest, maar daar trekken ze zich niets van aan. Als ze op de grond rondloopt, slaan ze wel meteen alarm.
De notenboom en de kastanje werpen hun bevroren dode blaadjes af en maken nieuwe aan. Wieweet komen er in het najaar toch nog een paar noten.