De voorbije logloze dagen verliepen zoals verwacht, behalve dat er maar een paard kwam in plaats van drie. Met de verschillende logees en wandelaars was het erg genoeglijk en we hadden geluk met het weer, soms een beetje zon en meestal droog, alleen erg modderig na de lange regenperiode. Overal in het beverdal klatert water en de Vierre stroomde over de weg.
Wat mij het meest opviel bij de Nederlandse wandelaars was dat de bosbouw ze zo aangreep. Er zijn veel sparren gekapt in februari, dikke bomen van minstens 60 jaar oud, en de beuken die verderop gemarkeerd zijn voor de kap, zijn nog veel dikker en ouder. 'Och wat zonde, zo'n prachtige boom, en kijk daar is er nog een en nog een gemarkeerd, zo veel, wat zielig', terwijl wij dagelijks gekapte en gemarkeerde bomen zien. Bomen zijn eigenlijk gewoon een te oogsten gewas, alleen groeien ze langzamer dan pakweg mais. Er zijn maar weinig bomen waar wij een persoonlijke band mee hebben. Ik heb wel twee favoriete dennen, die in hun eentje overbleven na het kappen van alle sparren, daar heeft de bosbouw geen belangstelling voor, ze zijn te krom en dus niet rendabel.

Intussen verschenen er sneeuwklokjes, er fladderden citroenvlinders, ik zag een dagpauwoog en we worden omvergevlogen door hommels. De kraanvogels trokken in grote groepen over en I+R dronken voor het eerst koffie op het roundpenterrasje. Titan verliest al wat winterhaar. Het lijkt wel voorjaar, maar dan vroeg, veel bomen hebben al knoppen, maar de noot gelukkig nog niet, verstandige boom. De afgelopen twee nachten heeft het gewoon nog gevroren en we hopen dit jaar wél op noten.
Morgen beginnen we met mest uitrijden in het ruïneveld. Oorspronkelijk wilden we dat kalm-aan doen, verspreid over meerdere dagen, maar of daar veel van terecht komt? Donderdag begint het bruine Mannetje met het omzagen van enkele bomen in de voortuin, daar zijn wij zelf waarschijnlijk ook behoorlijk bij betrokken, en Olivier komt nog deze week mest uitrijden aan de overkant. Wie had het daar over 'een rustige oude dag'?