Na een nachtvorstje (-3°) en tijdens blauwe opklaringen (+1°) wandelden we naar het beverbeekje. Volop dammen, watervalletjes en stroomversnellingen daar. We verstoorden een witte reiger, zowel op de heen- als op de terugweg. Niet dat we dichter bij hem kwamen dan een meter of 30 maar dat vond hij toch te bedreigend. Vreemd eigenlijk, er is toch nooit een mens die een reiger naar het leven staat. Wie gaat er nu op de reigerjacht? Die vogels hebben hier helemaal geen natuurlijke vijanden.
Tussen de twee bruggen had de vlijtige bever weer aan de wilg gewerkt. Hij had er een lange, dikke tak weten af te knagen, die lag nu dwars over het pad. R legde hem opzij, als er een keer iemand overheen rijdt, is hij niet meer aantrekkelijk voor bevers, en dat na zoveel moeite. In elk geval is Ed nog niet tevreden want met de volgende tak was hij al meer dan halverwege. We verbazen ons er wel over, want als die takken helemaal naar het beekje moeten worden gesleept is hij een flinke tijd bezig. En als hij de Vierre ermee wil afdammen, die veel dichterbij is, wordt het niks. Ten eerste stroomt die veel te krachtig en ten tweede zal Eaux et forêts dan zeker ingrijpen want een dam in de Vierre zou leiden tot permanente overstromingen in de weilanden en zo ver gaat de re-wilding vooralsnog niet.

Toen we thuiskwamen, bleek de ruif alweer twee meter verschoven. We zagen Kir duwen om bij het allerlaatste plukje hooi in het midden te komen. Echt wel slim, maar dit wordt toch te gek, om de dag de tractor tevoorschijn halen om die ruif weer op zijn plaats te zetten. R bedacht een plan en vandaag voerde hij het uit. Het is een experiment, als het in de grond geramde betonijzer niet tegen haar geduw bestand is, gaan we op zoek naar een dikkere ijzeren pin.