Zaterdag regende het de hele dag. Ik bracht hem door in de keuken. Appeltaart, appelschillenjam, appelmoes met gember, tomatensoep. En tussendoor liep ik af en toe naar de boxen. Daar zat Nero namelijk, binnen.
's Morgens na het voeren maakte hij meteen duidelijk dat deze weersgesteldheid hem niet aanstond en dat hij de dag net zo lief droog en slapend zou doorbrengen. Goed jongen, blijf dan maar in de sellerie zitten. Kijk hoe dat je bevalt en dan kom ik je er over een paar uur wel uitlaten.
Maar hij hoefde er ook toen niet zo nodig uit. Hij had zijn intrek genomen in de doos die ik daar tijden geleden eens had neergezet voor het geval we een van de katten daar per ongeluk zouden insluiten, dan hoefden ze niet op de betonnen vloer te slapen. Dus toen ik hem rond de middag kwam opzoeken, draaide hij zich nog eens om en bleef zitten.
Zoals bekend is het vrijwel onmogelijk om een zwarte kat te fotograferen, ook nu weer. Hij staat tegelijkertijd met zijn voor- en achterkant in beeld. Katten zijn echt ongelooflijk lenig.

Zondagmorgen was het droog, we wandelden naar de twee bruggen. In het beverdal stroomt het water weer volop, overal zijn watervalletjes en stroomversnellingen. Tussen de bruggen was een bever goed op weg om een wilg om te knagen, als hij daarmee de Vierre wil stremmen is dat nog een heel eind slepen. Maar misschien vindt hij het gewoon een smakelijke boom.

Omdat er in het bos jacht was, liepen we via het dorp terug. Op de brug bleven we even staan kijken. Zo blauw, boven en beneden. En toen we tegen vijf uur de paarden en de katten gingen voeren, viel er een enorme stortbui, zo gigantisch hadden we er nog zelden een meegemaakt. Een half uur later was de wolk naar het oosten weggetrokken en scheen de maan boven de wolken uit in een donkerblauwe hemel. Ik zou echt nergens anders willen wonen.