De afgelopen twee weken bleef mijn hand steeds aan het muismatje plakken, het was veel te heet voor het schrijven van logjes. Ook veel te heet voor het maken van ritjes. De ruiterlogees zegden af, zodat we ook niet met hen het bos in gingen (c.q. hoefden). Het leek alsof de zomer een onafgebroken hittegolf was, maar toch is die pas rond 6 augustus begonnen. In elk geval deden we de afgelopen tien dagen bar weinig.
Ik meld nog wel dat we dit jaar eindelijk een beetje profijt hebben van onze bramen in plaats van alleen maar werk, er zijn er aardig wat rijp geworden en die zijn goed. Het merendeel is wel nog rood of zelfs groen, dat wordt weer niet uitgebreid jam maken. De grote berk links voor het huis doet alsof het al herfst is, de oprit ligt vol blad. Ook zijn er al onnoemelijk veel kleine eikels gevallen en er hangen nog veel meer grote. Komende dagen gaan we het veld langs de eiken afzetten zodat de paarden er niet meer bij kunnen. Vanochtend raapte ik ook het eerste beukennootje op, het was wel loos, de hazelnoten zijn bijna rijp en de kastanje heeft stekelbolletjes. Door de zon is alles tamelijk vroeg.
Maar met ingang van vandaag is het een stuk frisser en dus namen we Harissa en HiRise mee voor een eenvoudig ritje, gewoon in het bos achter het huis. Dat werd het kortste ritje ooit want op de groene helling naar het bronnetje besloot HiRise voor de afwisseling op het gas te trappen, Harissa voorbij te draven en door het beekje te galopperen, zonder dat R dat gevraagd had. En tja, hij zette ook zijn richtingaanwijzer niet aan toen hij opeens naar rechts zwenkte. Pats!

Het was geen enorme val, maar net ongelukkig terechtkomen met R's linkerelleboog op een steen of iets dergelijks leverde toch een flinke jaap op. Zodoende brachten we de middag via 1733 door bij de weekendhulppost in Tintigny. Zes hechtingen en twee weken verband.
Pech. Maar het volgende avontuur komt er alweer aan.