rss     195405
logo
 
zondag 24 september 2017

De das om

Er reed een klein wit bestelautootje tamelijk snel het weggetje af en net toen ik uit het raam keek, schrok Titan ervan. Wat vreemd dacht ik, de paarden schrikken nooit van langsrijdende auto's. Dat moet het moment zijn geweest dat het gebeurde.

Even later reed de-jongen-die-niet-in-Brussel-werkt langs. Hij rijdt altijd vrij langzaam, maar nu stopte hij halverwege de paardenwei zelfs helemaal. Daarna maakte hij een ongewoon bochtje en zette hij zijn rit voort. Ook een zwarte auto stopte, bleef een tijd stilstaan, maakte een ongewoon bochtje en reed verder. Er moest daar iets gaande zijn. We trokken onze jas aan, deden een das om en gingen kijken.

Inderdaad lag er iets midden op het wegdek. Een dood dier. Een flink beest, beige met zwarte accenten. Het leek wel ... O nee, toch niet Maurice, bijgenaamd de moeflon? De held van de buurt, de Siamees der zeven zeeën, die laat zich toch niet door een auto verrassen?

Het duurde tot we er vlakbij waren voor we konden vaststellen dat het gelukkig niet Maurice was. Het was een grote dikke das, morsdood. Even verderop lagen wat stukken bumperplastic van het witte bestelwagentje. Goed zo, die was er tenminste ook niet zonder kleerscheuren van afgekomen.

Thuis haalden we de sneeuwschep en R schoof het slachtoffer erop. Goeie, wat een gewicht, gauw 15 kilo, een massief dier. Het was de eerste das die ik ooit in het echt gezien had. In levende lijve zou nog beter zijn geweest maar dat zat er deze keer niet in. We maakten nog een foto, maar die is zo zielig dat ik het web daar niet mee zal belasten. Daarna deponeerden we het stoffelijk overschot op een rustig plekje in het sparrenbos, begraven vonden we te ver gaan. De natuur moet zijn loop hebben en er zijn nog meer dieren in het bos, met name kevertjes, maden en wormen, die willen ook eten.

Wat later kwam de-jongen-die-niet-in-Brussel-werkt terug van zijn zaterdagboodschappen, en daarna ook de zwarte auto. Ik weet zeker dat ze allebei dachten, hee, waar is die das gebleven, hier lag net nog een das. Aan het eind van de middag reed ook het witte bestelwagentje weer langs, beduidend kalmer dan 's ochtends. 'Hee, waar is mijn das gebleven, ik had hier toch een das liggen?'

Maar de sporen van zijn misdrijf waren verwijderd. Alleen wij weten dat hij het gedaan heeft, en Titan. Titan is kroongetuige, maar wij doen geen van drieën een mond open. Ik hoop dat de bestuurder nog nachtenlang rusteloos ligt te woelen in zijn bed. Wroeging is zijn deel, tot hij besluit zijn leven te beteren en voortaan rustig te rijden, in elk geval op weggetjes waarlangs veel katten wonen. Dan is onze das tenminste niet helemaal voor niets om het leven gekomen.


En waar is de rest? Hier en in het archief

design © 2020 - powered by InR